Provinciaal betekenis & definitie

plattelander; boertje van buiten; iemand met kleinburgerlijke opvattingen en boerse manieren. Soms ook voor een onontwikkeld, bekrompen mens. De laatste tijd vooral in de verkleinvorm, wellicht om het minachtend aspect te vergroten. Ook in het Frans als scheldwoord: provinciale. Syn.: boertje van buuten.

De goede kennis, van wie ik zoo-even gewaagde, is een provinciaaltje net als jij en hij wil van zijn verblijf in onze residentie altijd terdege de grootsteedsche vruchten plukken. (Het Vaderland, 13/03/1935)

Dat mensen in de provincie dom zouden zijn, is onzin. Schrijf maar op: ik kom oorspronkelijk uit Drenthe. Ik ben zélf een provinciaaltje. (de Gelderlander, 18/01/2004)

Laatst bijgewerkt 06-06-2017