Naarling betekenis & definitie

naar, vervelend iemand; treiteraar. Vgl. het verouderde aterling.

Die eene was ’n naarling, maar Japie vond ze wat aardig. (Frans Coenen, Zondagsrust, 1902)

‘Vaders zijn meestal naarlingen,’ zei Louise strijdlustig. (Jan Mens, De kleine waarheid, 1967)

Laatst bijgewerkt 06-06-2017