kalot betekenis & definitie

(verouderd) klerikaal. Een kalotje was in vroeger eeuwen het mutsje dat roomskatholieke bisschoppen, en eerder ook priesters, op hun hoofd droegen. Vgl. Frans: la calotte (les prêtres, le clergé volgens Littré).

Kaloten, japneuzen, baby-Thatchers; iedereen die geen socialist was, was te mijden. (De Standaard, 15/06/2004)

Vandenbroucke ‘heult met kalotten die in hun elitescholen migranten de toegang weigeren’. (De Morgen, 29/01/2005)

Gepubliceerd op 16-05-2017