Piano betekenis & definitie

De piano is een snaarinstrument en heeft 52 witte toetsen en 36 zwarte toetsen. Meestal heeft een piano twee pedalen, het linkerpedaal is om zacht te spelen en het rechter pedaal is om het geluid goed te laten doorklinken.

Tussen het jaar 1698 en het jaar 1709 werd de piano uitgevonden door Bartolomeo Cristofori uit Florence. Toen heette het instrument pianoforte of fortepiano. Een van de eerste pianobouwers in Duitsland was Gottfried Silbermann. Het geluid van de piano ontstaat door middel van het aanslaan van een toets. Wanneer men deze toets indrukt, dan slaat een met vilt bekleed hamertje tegen een strakgespannen snaar. In de klankkast van de piano zitten heel veel snaren verborgen, dit zijn er afhankelijk van de soort piano ongeveer 225. Om piano te kunnen spelen moet men over heel wat vaardigheden beschikken: ritmegevoel, muzikaal gehoor, lenige vingers, concentratie en ook is het handig wanneer men noten kan lezen. Om een goede speeltechniek te kunnen ontwikkelen is het ontwikkelen van de hersenen en de zenuwen vereist. Het is belangrijk voor het muzikale gehoor om ook te spelen wanneer er andere mensen bij zijn.

Gepubliceerd op 08-04-2015