Coping betekenis & definitie

Coping of zelfhandhaving is de wijze waarop men met stress of problemen omgaat. De term is afkomstig uit het Engels (to cope with) en betekent letterlijk ‘omgaan met’.

Ieder mens ontwikkelt in het leven mechanismen om stress te hanteren, zogenaamde copingmechanismen. Het zijn bewuste inspanningen om cognities, gedragingen en emoties te reguleren als gevolg van stressvolle situaties. Copingmechanismen hangen sterk samen met persoonlijkheid en zijn afhankelijk van omstandigheden en leeftijd. Er worden twee algemene copingresponsen geclassificeerd: emotie- en probleemgerichte stresshantering.
• Emotiegerichte stresshantering: men probeert de emoties ten opzichte van het probleem te transformeren en/of te reguleren;
• Probleemgerichte stresshantering: er wordt getracht het probleem op te lossen en op zoek te gaan naar mogelijke oorzaken voor het probleem.
De bovengenoemde vormen van stresshantering kunnen gelijktijdig worden ingezet: men zoekt bijvoorbeeld naar een oplossing voor het probleem en probeert daarnaast ongewenste emoties te reduceren.

Voorafgaand aan het toepassen van de copingmechanismen voltrekt zich een proces waarin de betrokkene de aanpak afweegt.
1. Situatie vaststellen: wat is er aan de hand? Wat zijn de mogelijke gevolgen?
2. Persoonlijke- en sociale afweging: wat kan de betrokkene aan de situatie doen? Zijn er mensen die hem/haar kunnen helpen?
3. De resultaten van de bovengenoemde vragen resulteren in de derde fase: de aanpak, ofwel de copingstijl.

De Utrechtse Coping Lijst (UCL) is een veelgebruikt kader dat een overzicht biedt van zeven copingstijlen:
1. ACT: actief reactiepatroon, de confrontatie aangaan;
2. SOC: het zoeken naar sociale steun;
3. PAL: palliatieve benadering, zoeken naar afleiding door de concentratie op middelen zoals drugs en alcohol;
4. EXP: expressie van emoties;
5. VER: vermijding en afwachten;
6. GER: geruststellende gedachten;
7. PAS: passief reactiepatroon, depressie.