Stam betekenis & definitie

Een stam is de hoofdspil van een boom, waarvan het rondhout als zaaghout, fineerhout, palen en pulphout gebruikt kan worden. De (gevelde) stam bevat niet de stobbe of ondergrondse delen van de boom, maar wel de top.

De stam, met inbegrip van de schors, kan worden ingedeeld in werkhout en tophout op basis van een minimum diameter (tussen de 5 en 10 cm, afhankelijk van het land) In Nederland wordt doorgaans voor werkhout een minimumdiameter van 8 cm aangehouden