Portie betekenis & definitie

geef mijn - maar aan Fikkie

daar moet ik niets van hebben, weten; ik heb er schoon genoeg van. Zie ook er zijn meer hondjes die Fikkie heten.

Geef mijn portie maar an Fikkie. Daarvoor ben ik niet in de wieg gelegd, Toon. (Jan Mens: Er wacht een haven, 1950)

Torenhoge winsten doemden even in zijn fantasie op, maar ach, de moeite, tijd, spullen, en de controle op dat luie rapalje hier zeker! Bah, geef Kas zijn portie maar aan Fikkie. (Bouke B. Jagt: De muskietenoorlog, 1976)

Mij is elke lust vergaan. ‘Geef mijn portie maar aan Fikkie.’ (Ben Borgart: Blauwe nachten, 1978) Dineren noemen jullie dat? Geef mijn portie maar aan Fikkie. (Leo Derksen: ’n Aap op ’n fiets, 1987)