2019-11-22

Portie

geef mijn - maar aan Fikkie daar moet ik niets van hebben, weten; ik heb er schoon genoeg van. Zie ook er zijn meer hondjes die Fikkie heten. Geef mijn portie maar an Fikkie. Daarvoor ben ik niet in de wieg gelegd, Toon. (Jan Mens: Er wacht een haven, 1950) Torenhoge winsten doemden even in zijn fantasie op, maar ach, de moeite, tijd, spullen, en de controle op dat luie rapalje hier zeker! Bah, geef Kas zijn portie maar aan Fikkie. (Bouke B. Jagt: De muskietenoorlog, 1976) Mij is elke lust ve...

2019-11-22

portie

portie - zelfstandig naamwoord uitspraak: por-sie 1. hoeveelheid die je te doen of te eten krijgt ♢ we kregen een flinke portie groente op ons bord 1. hij heeft zijn portie wel gehad [heeft veel vervelende dingen meegemaakt] 2. geef mijn portie maar aan Fikkie [ik doe niet mee...

2019-11-22

Portie

Portie - v. (-s, ...tiën), aandeel, toegekend part; de legitieme portie, het wettig deel, verplicht deel; — zekere hoeveelheid : eene portie vleesch; groote, kleine portie groente; — (gew.) middagmaal: wij bleven bij haar op de portie; in de gaarkeuken kost eene portie 10 cent; (fig.) eene tamelijke portie geduld, zeer veel geduld. PORTIETJE, o. (-s).

2019-11-22

portie

portie - v., deel, aandeel; erfdeel.

2019-11-22

portie

portie - v. (porties, portiën), aandeel, toegekend part; zekere hoeveelheid (spijs); (fig.) pak slaag, verwijtingen

2019-11-22

portie

v. deel, aandeel; erfdeel.