Peter Timofeeff

Prisma van het Weer

Gepubliceerd op 06-04-2017

2017-04-06

Synoptische meteorologie

betekenis & definitie

(ook: klassieke meteorologie) Deel van de meteorologie dat er op is gericht om met behulp van o.m.

de synoptische waarnemingen weersverwachtingen te maken. Het principe van de synoptische meteorologie werd gelanceerd door Lavoisier en Lamarck in 1804. Zij stelden voor om gelijktijdig op een groot aantal waarnemingspunten een waarneming te doen van het weer. Via de zgn. starre schuifmethode, het op de weerkaart verplaatsen van het weer op een bepaalde plaats met de wind mee, konden dergelijke momentopnamen worden gebruikt voor een uitspraak over het toekomstige weer. In 1857 vond Buys Ballot experimenteel een verband tussen luchtdrukverdeling en wind: de wet van Buys Ballot. Naderhand bleek dat de wet al eerder langs theoretische weg was gevonden door de Amerikaan Ferrel. In 1918/1919 introduceerden de Noor Bjerkness en de Zweed Bergeron de zgn. `frontentheorie van de Noorse school', een werkwijze die nog steeds wordt gebruikt. Nadat Bergeron in 1935 nog had bijgedragen aan de meteorologie met zijn theorie over de neerslagvorming, bereikte de synoptische meteorologie in de veertiger en vijftiger jaren haar bloeiperiode.

Zie ook: Lavoisier, Antoine Laurent
Zie ook: Lamarck, Jean-Baptiste Pierre Antoine de Monet, chevalier de
Zie ook: Buys Ballot, Christophorus Henricus Didericus
Zie ook: Buys Ballot, wet van