Verdieneis betekenis & definitie

De verdieneis - ook wel inkomenseis - is een term uit de Wet WIA en vormt een stimulans voor de WGA-gerechtigde om zoveel mogelijk te verdienen met werken. .. Een WGA-uitkering (onderdeel van de Wet WIA) bestaat uit twee fases. Als een arbeidsongeschikte – na het doorlopen van de wachttijd van minimaal 104 weken - voldoet aan de zogenaamde referte-eis dan vangt de WGA-uitkering aan met een loongerelateerde uitkering (LGR). Deze LGR heeft een opbouwkarakter en kent een minimale en een maximale duur (uiteindelijk: maximaal 24 maanden). Hoe meer arbeidsverleden, hoe langer de LGR. Als het arbeidsongeschiktheidspercentage na deze fase nog steeds niet onder de 35% is gedaald dan beland de WGA-gerechtigde in de vervolgfase. De gedeeltelijk arbeidsongeschikte (35 tot 80%) ontvangt dan óf een loonaanvullingsuitkering (LAU) óf een vervolguitkering (VVU). Om in aanmerking te komen voor een relatief gunstige LAU moet voldaan zijn aan de verdieneis in de zin van artikel 60 Wet WIA. Dit houdt in dat de WGA-gerechtigde ten minste de helft van zijn (door UWV bepaalde) theoretische verdiencapaciteit moet verdienen met werken. Een beperkt aantal uitkeringen telt overigens mee voor deze verdieneis. Per maand beziet UWV aan de hand van de inkomenseis of er recht bestaat op een relatief gunstige LAU óf op een lagere op het minimumloon gebaseerde VVU. De inkomenseis geldt (vooralsnog*) niet voor diegenen die 80/100% arbeidsongeschikt zijn.

*Regeerakkoord 2017: Ook voor nieuwe 80/100% WGA-gevallen met verdienvermogen, zal de inkomenseis gaan geldWIA en vormt een stimulans voor de WGA-gerechtigde om zoveel mogelijk te verdienen met werken.

Een WGA-uitkering (onderdeel van de Wet WIA) bestaat uit twee fases. Als een arbeidsongeschikte – na het doorlopen van de wachttijd van minimaal 104 weken - voldoet aan de zogenaamde referte-eis dan vangt de WGA-uitkering aan met een loongerelateerde uitkering (LGR). Deze LGR heeft een opbouwkarakter en kent een minimale en een maximale duur (uiteindelijk: maximaal 24 maanden). Hoe meer arbeidsverleden, hoe langer de LGR. Als het arbeidsongeschiktheidspercentage na deze fase nog steeds niet onder de 35% is gedaald dan beland de WGA-gerechtigde in de vervolgfase. De gedeeltelijk arbeidsongeschikte (35 tot 80%) ontvangt dan óf een loonaanvullingsuitkering (LAU) óf een vervolguitkering (VVU). Om in aanmerking te komen voor een relatief gunstige LAU moet voldaan zijn aan de verdieneis in de zin van artikel 60 Wet WIA. Dit houdt in dat de WGA-gerechtigde ten minste de helft van zijn (door UWV bepaalde) theoretische verdiencapaciteit moet verdienen met werken. Een beperkt aantal uitkeringen telt overigens mee voor deze verdieneis. Per maand beziet UWV aan de hand van de inkomenseis of er recht bestaat op een relatief gunstige LAU óf op een lagere op het minimumloon gebaseerde VVU. De inkomenseis geldt (vooralsnog*) niet voor diegenen die 80/100% arbeidsongeschikt zijn.

*Regeerakkoord 2017: Ook voor nieuwe 80/100% WGA-gevallen met verdienvermogen, zal de inkomenseis gaan gelden.

Gepubliceerd op 10-10-2017