Gewenningsperiode betekenis & definitie

De gewenningsperiode (ook wel ‘uitlooptermijn’ of ‘gewenningsbijdrage’) is te vinden artikel 60, tweede lid en derde lid, van de Wet WIA.

Een 80/100% WIA-gerechtigde kan na verloop van tijd, na een WIA-keuring door het UWV, in een lagere uitkeringsklasse belanden. Om in aanmerking te komen voor een relatief gunstige loonaanvullingsuitkering ('LAU', zie Ensie 'WIA') zal hij als 35/80%-arbeidsongeschikte op enig moment een maandinkomen moeten verdienen dat ten minste gelijk is aan 50% van zijn resterende verdiencapaciteit. Om hem in staat te stellen een baan te vinden waarmee hij dat inkomen daadwerkelijk kan verdienen, biedt de wet hem een gewenningsperiode van twee jaar. Hij hoeft dan in ieder geval twee jaar lang niet te voldoen aan de maandelijkse inkomenseis.

Lid twee bepaalt dat de inkomenseis voor de verzekerde die weer in staat is met arbeid meer dan 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, gelijk is aan 50% van de resterende verdiencapaciteit. De inkomenseis gaat op grond van artikel 60, derde lid, van de Wet WIA echter pas gelden 24 maanden nadat betrokkene weer een verdienvermogen van meer dan 20% heeft.

Schadelastbeheerstip: Ook vanwege deze gewenningsperiode heeft een (oud-)werkgever vaak al tijdens de loongerelateerde WGA-fase een belang bij het nemen van een herbo-besluit: Hoe eerder er minder dan 80% arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld, hoe eerder de periode van 24 maanden zonder inkomenseis voorbij is.

Laatst bijgewerkt 27-10-2016