Extremisme in woord en daad betekenis & definitie

Na de moord op Theo van Gogh op 2 november 2004 verkeerde de politieke en bestuurlijke elite van Nederland in grote verwarring over de waarden waarvoor men moet staan. In 2002 was Pim Fortuyn vermoord door een linkse activist. In 2004 Theo van Gogh door een jihadist.

Het dadersprofiel verschilde dus nogal in de twee gevallen, maar er was toch ook een opvallende overeenkomst: in beide gevallen ging het om daders die met hun moord niet alleen een aanslag pleegden op personen, maar ook op principes. Op het principe van de vrijheid van gedachte, van expressie en de vrijheid van kritiek. Fortuyn en Van Gogh werden vermoord om wat zij dachten en beweerden. Van Gogh was vermoord door een jihadist precies vanwege de ideeën die hij verdedigde en waarvoor hij aanhang probeerde te krijgen bij het Nederlandse publiek. Zelfs wan­neer men een hekel had aan Van Gogh, of aan diens opvattingen, zou het een grote prioriteit moeten krijgen scherp te benadrukken dat het plegen van geweld en het dreigen daarmee uitgesloten moet zijn. De meeste politici gingen echter over tot een enerzijds/anderzijds. Enerzijds zou geweld niet mogen, anderzijds mag beledigen ook niet.

Deze uiterst zwakke verdediging van liberale principes trof men niet alleen in Nederland aan, maar ook in Groot­-Brittannië en in talloze andere landen waar men worstelde met het minderheden vraagstuk (ook in de Verenigde Staten). Door het relativeren van liberale waarden kregen extremisten impliciete en onbedoelde gedoogsteun. De opmars van het extremisme is doorgegaan in de wereld, zoals iedereen nu, helaas, kan vaststellen. In het bijzonder na de moord op twaalf leden van de redactie van het Franse satirische tijdschrift Charlie Hebdo op 7 januari 2015.

Een gevaarlijk signaal naar geweldplegers werd gegeven door de Nederlandse koningin op 25 december 2004 toen zij tijdens de kersttoe­ spraak zei: ‘Extremisme, in woord en daad, splijt de gemeenschap’.

Laatst bijgewerkt 17-02-2017