Ersatzreligies betekenis & definitie

Men spreekt van ersatzreligies indien een (atheïstisch) volksleider als een soort god wordt aangehangen. Regelmatig verwijzen gelovigen naar Jozef Stalin, Adolf Hitler en andere dictators als ‘leiders die in naam van het atheïsme miljoenen doden op hun geweten hebben’. Daarmee proberen ze aan te tonen dat namens het atheïsme meer mensen werden omgebracht dan door religies.

In feite vormden het communisme en het nazisme twee ideologieën gemodelleerd naar religies waarbij de verering van de dictator op een bijna religieuze manier gebeurde. In tal van Duitse huishoudens stonden zogenaamde Hitleraltaren en in de lofliederen ten aanzien van Stalin klonk een nieuwe religiositeit door. Kruisbeelden maakten plaats voor beeltenissen van Hitler en Stalin. Mein Kampf (1925-­1927) van Adolf Hitler en het Rode Boekje (1964) van Mao werden beschouwd als een soort evangelies vol onaantastbare waarheden, zelfs dogma’s. De partijdagen van de nazi’s leken op liturgische rituelen.

Heel wat Duitsers, Russen en Chinezen zagen hun toenmalige leiders als superieur met bijzondere, zelfs bovennatuurlijke gaven. Net zoals de Kerk voordien had beslist over de paus, werd de mythe van de ‘onfeilbaarheid’ van de dictators gepropageerd en geloofd. Kenmerkend voor het atheïsme is net het ongeloof in onfeilbaarheid. In die zin waren de volgelingen van Hitler en Stalin ‘gelovigen’, net zoals de hedendaagse volgelingen van ayatollahs en andere geestelijke leiders. Zowel Stalin als Hitler werden vereerd en beschouwd als ‘verlossers’ en ook hun naaste makkers die stierven in de strijd werden, net als de eerste christenen, beschouwd als martelaren voor de goede zaak.

Laatst bijgewerkt 15-02-2017