Zwangerschap betekenis & definitie

Zwangerschap - De z. begint met de bevruchting (het binnendringen van een mannelijke zaadcel in het door een der eierstokken losgelaten ei) en eindigt met de bevalling. De duur der z. is gemiddeld 40 weken. Wat de geleidelijke ontwikkeling der vrucht betreft, zie EMBRYO. In den loop der z. doen zich in het geheele lichaam der zwangere vrouw allerlei veranderingen voor ; de uitwendige teekenen daarvan worden zwangerschapsteekenen genoemd.

Vóór de vierde maand is het bestaan van z. uiterst moeilijk of in het geheel niet met volle zekerheid te constateeren. Het eerste en meest opvallend verschijnsel bij z. is het uitblijven der menstruatie. Een ander opvallend teeken is dikwijls de veelvuldige onpasselijkheid, vooral des morgens. Soms heeft de zwangere een ziekelijken trek in bepaalde spijzen. Andere teekenen van vermoedelijke z. zijn : verwijding der bloedaderen in de beenen, bloedsaandrang naar de uitwendige geslachtsdeelen, waardoor deze een blauwe kleur aannemen, opzwelling der melkaderen, opzetting der borsten, donker worden der tepels, enz. De baarmoeder sluit zich en neemt naarmate de vrucht groeit, in omvang toe (van 6—8. c.M. lengte en 4—5 c.M. breedte tot 20—27 c.M. lengte en 15—20 c.M. breedte). Gedurende de vierde maand komt zij boven het bekken uit en begint in de buikholte te stijgen ; zij is dan aan den buikwand voelbaar. Weldra neemt nu de zwangere korte stooten waar, de eerste bewegingen, het eerste „leven” van de vrucht.

Omstreeks dezen tijd (18de—20ste week) beginnen ook de kinderlijke harttonen hoorbaar te worden (ongeveer 140 slagen in de minuut), hetgeen het eerste volstrekt zekere teeken is van z. In de zesde maand staat de bovenrand der baarmoeder even boven den navel, in de negende in den maagkuil. Gewoonlijk berekent men het vermoedelijk tijdstip der bevalling, door van het intreden der laatste menstruatie negen kalendermaanden verder te tellen en dan een of twee weken speling te nemen ; is de tijd der laatste menstruatie niet bekend, dan kan men bij de berekening uitgaan van het tijdstip, waarop het eerste leven is waargenomen en aannemen, dat de z. dan gevorderd is tot minstens de 18de of hoogstens de 20ste week. Men onderscheidt verschillende vormen van z. Ten eerste de normale ; deze is regel. Zij kan een eenvoudige of meervoudige (twee-, drieling) zijn. Verder de z. buiten de baarmoeder, waarbij de vrucht zich in een der eierstokken, in de moedertrompet, of in de buikholte bevindt.

Hierbij sterft de vrucht in den regel spoedig, en deze vorm van z. is ook voor de moeder zeer gevaarlijk. Bij de z.g. valsche z. ontwikkelt zich een misvormde vrucht of mola. De normale z. is een natuurlijke levensfunctie van het vrouwelijk lichaam, dat daarop is gebouwd en ingericht. Het gedurende het geheele leven vermijden van deze levensverrichting is voor ’t vrouwelijk lichaam voorzeker nadeeliger dan de z. en de baring zelve.

Laatst bijgewerkt 19-01-2019