Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 12-01-2019

Offer

betekenis & definitie

Offer (godsdiensthistorisch), is de naam voor een groep van kultushandelingen, waarmee de meest uiteenloopende dingen worden aangeduid. Omtrent den inhoud van den naam bestaat geen overeenstemming. Maar voornamelijk worden er mee aangeduid die handelingen, waarbij aan de goden bepaalde gaven worden aangeboden, welke aanbieding gepaard gaat met een bepaald ceremonieel. (Maar bij de meest uitgewerkte offerhandelingen, als het Brahmanenoffer, treden de goden geheel terug). Eveneens heerscht groote onzekerheid aangaande den eigenlijken aard van het o., en het is stellig onjuist, alle o.’s uit één beginsel te willen verklaren.

Wil men de o.-handelingen in groepen verdeelen, dan kan dat geschieden volgens de uiterlijke handeling. Zoo kan men spreken van o. als een gave aan de goden. De bedoeling is dan, dat men tot de godheid nadert als tot een aardsch heerscher: met een gave in de hand om een gunst te begeeren. Maar niet alle o.’s kunnen zóó worden verklaard: men offert soms waardelooze dingen. Soms ook krijgt het o. het karakter van godenvoedsel, en de offerhandeling wordt dan een maaltijd met de godheid. Een groote groep van o.’s zou men afweeroffers kunnen noemen: ze dienen niet zoozeer om iets van de goden te verkrijgen, maar om een dreigend kwaad af te weren, of een reeds aanwezig kwaad (ziekte) te verwijderen. Dan wordt het offerdier zinnebeeldig beladen met de „zonde” (als smetstof opgevat) en daarna vernietigd. De meest gekompliceerde vorm kreeg het o. in Indië en bij de Israëlieten.

Daar blijkt hoe licht het o., waarbij alles aankomt op het hoe en waar en wanneer, wordt tot een zinlooze rite, waarbij het religieuze moment licht in verdrukking komt. — In den godsdienst van de bevolking van den O.-Ind. Archipel nemen de offers een zeer voorname plaats in. In het animisme worden offers gebracht niet alleen aan geesten en goden, maar ook aan de zielen der voorouders; bepaalde groote offerfeesten zijn in het algemeen juist die bij gelegenheid der definitieve lijkbezorging, als de zielen der voorouders naar het zielenland geleid worden. Ook bij Moh. volken is nog heel wat van de oud-heidensche offers blijven bestaan, b.v. bij de Javanen, waar het offeren van eenige bloemen en vruchten, of reukwerk bij een heiligen steen, onder een heiligen boom, enz. nog veel voorkomt. Soms kunnen offers aan voorouders gebracht worden in een Moh. vorm, b.v. bij de siděkah’s (zie KANDOERI). Menschenoffers kwamen nog niet zeer lang geleden vaak voor; bij sommige Dajakstammen b.v. werd een slaaf of pandeling geslacht bij het opheffen van den rouw over een overleden hoofd. Dierenoffers zijn, vooral bij de groote doodenfeesten, zeer menigvuldig.