Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 24-01-2019

2019-01-24

Houtskool

betekenis & definitie

Houtskool - de bereiding van houtskool geschiedde vroeger algemeen, en thans nog op afgelegen, zeer houtrijke plaatsen, door eenvoudige verkoling van stammen-hout in mijlers of mijten. Zulke mijlers bestaan uit ronde hopen hout, regelmatig opgestapeld uit verticale stammen, in het midden voorzien van een asgat, dat als schoorsteen fungeert. Ze worden onder in dit gat aangestoken, terwijl een afdekking van de geheele hoop met fijn rijshout en aarde de luchttoevoer belemmert. Hierdoor treedt juist voldoende lucht toe, om een zwakke verbranding te onderhouden, waardoor de warmteontwikkeling ontstaat, die de rest van het hout doet verkolen.

De werkwijze in zulk een houtskoolmijler is hoogst oneconomisch, aangezien alle gasvormige (brandbare) en vloeibare bijproducten (zie HOUTTEER en HOUTGEEST) verloren gaan. Bovendien is het zeer bezwaarlijk de verkoling in zulk een mijler in de juist gewenschte en regelmatige banen te leiden. De kwaliteit van het verkregen product is dan ook zeer wisselend. Men rekent uit 1 M3. luchtdroog dennenhout op deze wijze ongeveer te verkrijgen 0.700 M3. of 225 K.G. houtskool. Om tegemoet te komen aan het volledige verlies van de teer, brengt men wel onder den mijler tonnen aan, met toevoerkanaaltjes, waarin zich dan een gedeelte van de teer verzamelt. Een eerste verbetering was de verkoling in in den grond gebouwde ovens, met verzamelkanalen voor de condensatieproducten. De luchttoevoer vond daarin plaats door verticale luchtschachten, welke onder in de kuipvormige verkolingsruimte uitmondden. Bekend van dit type is o.m. de oven van Baillet en de la Chabeaussière.

Toch is dit nog slechts een zeer weinig afdoende verbetering. Men is er daarom in de latere jaren overal, waar de hoogere aanschaffingskosten zulks niet beletten, d. w. z. overal, waar de fabrikatie niet in handen van eenvoudige kolenbranders, maar van industrieele ondernemingen is, toe overgegaan, de verkoling van het hout uit te voeren in gesloten retorten, op analoge wijze als de vergassing van steenkolen in de gasfabrieken plaats vindt. De verhitting van de retorten kan bijna geheel geschieden door de ontwikkelde gassen, die daartoe eerst door condensatie van hunne waardevolle teer- en zuurbestanddeelen worden bevrijd. Door de verkoling te doen plaats vinden onder verminderden druk (bewerkt door een exhauster achter de retorten) stijgt de opbrengst aan houtazijn. Evenzoo door het gebruik van beukenhout in plaats van dennenhout. Aangezien de warme houtskool na de vervaardiging zeer gemakkelijk ontbrandbaar is, wordt ze uit de retort direct in gesloten ijzeren trommels overgebracht, waarin ze bekoelt. — Als voorbeeld van de verkregen rendementen moge dienen: Uit 1 M3. droog beukenmeterhout, d. i. 396 K.G., werd verkregen 122 K.G. houtskool, 157 K.G. ruwe houtazijn, waarin 18,5 K.G. totaal zuur en 4,6 K.G. houtgeest, 24 K.G. houtteer, 93 K.G. gas, terwijl extra voor de verhitting werden gebruikt 43,5 K.G. steenkolen. Er zijn zeer verschillende soorten ovens in gebruik, o.m. die van F. H. Meyer, Hannover en die van Violette in Parijs, zijn veel in gebruik. Beide werken met horizontale retorten.

Er zijn ook verschillende soorten met vertikale retorten in gebruik, welke meer teer leveren, doch minder eenvoudig in de bediening zijn. H. op een der boven beschreven wijzen verkregen, vormt diep-zwarte, harde stukken, met schelpachtigen breuk. De physische en chemische eigenschappen (s. g. en gehalte aan waterstof en zuurstof) hangen sterk af van de gebruikte houtsoort, en van de temperatuur, bij welke de verkoling heeft plaats gevonden. Ook de bij zeer hooge temperatuur ontstane soorten zijn nog niet geheel vrij van zuurstof. Het gebruik van h. is zeer veelzijdig. Groote hoeveelheden gaan naar de Zweedsche en Amerikaansche ijzer-industrie, waar het zeer gezocht is wegens de afwezigheid van zwavel (in tegenstelling met fossiele brandstoffen).

De buskruitfabrikatie gebruikt o. m. houtskool van lindenhout. Bij het stoken in ovens biedt het het voordeel, bijna zonder vlam tot zuiver koolzuur te verbranden, hetgeen deze brandstof o. m. zeer geschikt maakt voor groentedrogerijen, die dan direct in de verbrandingsgassen zelf kunnen drogen. Voor huiselijk gebruik wordt het meestal eerst gebriketteerd. De stookwaarde bedraagt ± 7000 cal. Ten slotte wordt h. nog in de industrie gebruikt als filter- en absorptie-materiaal, wegens zijn vermogen opgeloste stoffen te binden, o. a. voor drinkwater.