Arbitrage betekenis & definitie

Arbitrage - 1) rechtspraak door scheidsmannen, 2) in den handel: de berekening, hoe bij een gegeven stand der koersen, van de verschillen het grootste voordeel kan worden getrokken, hetzij bij het betalen of innen van schulden of vorderingen aan of op het buitenland, hetzij bij transacties uitsluitend met het oog op deze koersverschillen ondernomen.

Arbitrage als onder 1) bedoeld, kan zoo wel in het privaatrecht als in het volkerenrecht voorkomen. — Voor het privaatrecht wordt zij geregeld in de artt. 620—657 Rv. Doel, waarom men er soms de voorkeur aan geeft een geding aan het oordeel van scheidslieden en niet aan dat van den beroepsrechter te onderwerpen, is in hoofdzaak het volgen van eene minder tijdroovende en minder kostbare procedure en vooral ook het doen beslissen van technische kwesties door ter zake kundigen; tenslotte het voorkomen van groote ruchtbaarheid. Vooral ook om de laatste reden was onder de werking van den Code de Commerce hier te lande (1810—1838) arbitrage bij geschillen onder vennooten voorgeschreven. Thans is arbitrage steeds vrijwillig, al kan men zich er wel van te voren toe verplichten bij een zgn. pactum de compromittendo (artt. 620, 621 Rv.). Van deze overeenkomst is wel te onderscheiden die van compromis, welke bij iedere arbitrage noodzakelijk is en waarbij de partijen, het onderwerp van geschil en de scheidslieden worden aangewezen. Deze overeenkomst van compromis moet schriftelijk worden aangegaan (623 Rv.). — Tot scheidslieden kunnen slechts worden benoemd meerderjarige mannen (622 Rv.), terwijl leden van de rechterlijke macht zijn uitgesloten (29 Rv.). — Wie zijne benoeming tot scheidsman heeft aangenomen, kan zich zonder geldige redenen niet weer aan de daaraan verbonden verplichtingen onttrekken (628 Rv.). De beslissing zal aan de regelen des rechts moeten beantwoorden, tenzij de bevoegdheid is gegeven „als goede mannen naar billijkheid te oordeelen” (636 Rv.); de scheidslieden kunnen dan (de wet is niet duidelijk) waarschijnlijk een meer bemiddelend vonnis wijzen.Ten einde voor tenuitvoerlegging vatbaar te zijn, moet de beslissing worden voorzien van een zgn. exequatur in den vorm van een bevelschrift van den president der rechtbank (642, 644 Rv.). — Indien niet uitdrukkelijk bij het compromis anders is bepaald, is hooger beroep uitgesloten (646 Rv.). De uitspraak kan dan echter in bijzondere gevallen door den rechter worden vernietigd (649 Rv.).— Moeilijkheid rijst, indien er een pactum de compromittendo bestaat, maar een der partijen weigert tot benoeming van scheidslieden mede te werken (624 Rv.) of hij ontkent, dat er een geschil, als bedoeld in het genoemde pactum, aanwezig is. In beide gevallen zal eene voorprocedure moeten worden gevoerd en zullen de snelheid van berechting en ook de weinig kostbaarheid, welke toch de arbitrage beoogde, niet tot haar recht komen.—Minder bezwaren zijn aan de arbitrage verbonden, indien alle ev. geschillen aan eene permanente commissie van arbiters zullen worden onderworpen. Eene dergelijke regeling is opgenomen in de reglementen voor den handel in verschillende artikelen, zooals voor den handel in olie en in oliezaad te Amsterdam, in de conditiën van den Graanbond, van de Amsterdamsche Korenbeurs en van de Rotterdamsche Graanbeurs, in het reglement voor den Effectenhandel van de Vereeniging voor den Effectenhandel te Amsterdam, in het Handelsreglement van de Alg. Ver. voor Bloembollencultuur te Haarlem, en in vele andere reglementen o.a. voor den handel in koffie, in suiker en in zuidvruchten.

Arbitrage in volkenrechtelijken zin: Bij het ontbreken van een orgaan voor internationale rechtspraak, waaraan de staten zijn onderworpen, is in den omgang der staten rechtspraak nog slechts mogelijk langs den weg der arbitrage. In karakter is deze gelijk aan de privaatrechtelijke arbitrage. Beide soorten arbitrage worden voorafgegaan door een compromis tusschen partijen, waarbij het geschil wordt omschreven en de scheidsmannen worden aangewezen. Bij beide kunnen de partijen zich van tevoren bij een zgn. pactum de compromittende hebben verbonden bepaalde of alle geschillen aan arbitrage te zullen onderwerpen. Een verschil bestaat er echter in zooverre, dat de uitspraak van scheidsmannen in het private recht executoor kan worden verklaard door den beroepsrechter; in het volkenrecht ontbreekt een gezag, dat de tenuitvoerlegging kan waarborgen. De praktijk leert gelukkig, dat, indien eenmaal een volkenrechtelijk geschil aan een scheidsgerecht is onderworpen, de staten zich stiptelijk aan de uitspraak houden. — Bij de vredesconferentie van 1899 is te ’s Gravenhage opgericht een zgn. Permanent Hof van Arbitrage. Het houdt hare zittingen in het Vredespaleis, waarvoor de Amerikaan Carnegie de financieele middelen heeft verschaft.

De verdere kosten verbonden aan het Hof v. Arb. worden door de mogendheden gezamelijk gedragen. — Het Hof bestaat uit een Raad van Beheer, gevormd door het diplomatieke corps te ’s Grav. met den Nederl. minister van buitenl. zaken als voorzitter, en een 71-tal leden-arbiters, allen rechtsgeleerden. Ev. geschillen worden aan een 5-tal arbiters, door de betrokken staten uit deze 71 gekozen, ter beslissing voorgelegd. Voorstellen van Rusland en Amerika, op de Tweede Vredesconferentie (1907) gedaan, om een vast rechtscollege in het leven te roepen, zijn niet aangenomen. — Sinds 1902, toen het eerste geschil (tusschen de Ver. Staten v. N. Amerika en Mexico) aan het Hof werd onderworpen, is daarvan reeds meermalen gebruik gemaakt. — Meer en meer tracht men reeds van tevoren bij zgn. Arbitrage-verdragen over en weer den plicht te scheppen bij ev. geschillen deze aan arbitrale beslissing te zullen onderwerpen.

Veelal (zoo in het in 1903 tusschen Gr. Brittannië en Frankrijk gesloten verdrag, dat als model heeft gediend voor een groot aantal andere arbitrage-verdragen) worden echter uitdrukkelijk uitgezonderd geschillen, welke betreffen de zelfstandigheid, de nationale eer of de levensbelangen van een der contracteerende mogendheden. Nederland en Denemarken hebben echter in 1904 het goede voorbeeld gegeven deze uitzondering te laten vallen, zoodat tusschen hen alle geschillen door arbitrage moeten worden beslist. Op dien weg zijn de Ver. Staten v. N. Amerika gevolgd en reeds zijn, door de werkzaamheid van Bryan, door dit land met verschillende andere landen arbitrage-tractaten van algemeene strekking gesloten. — Nog zij vermeld, dat op de Tweede Vredesconferentie (1907) in beginsel de wenschelijkheid der verplichte arbitrage uitdrukkelijk is uitgesproken en in het bijzonder bepaalde geschillen daarvoor geschikt zijn verklaard.

2) Arbitrage als handelsterm. Zij geeft o.a. antwoord op de vragen, of iemand, die geld naar het buitenland heeft over te maken, voordeeliger doet een wissel op zich te laten trekken of een wissel op een andere plaats (b.v. de woonplaats des schuldeischers) te koopen en dien aan dezen over te maken (remitteeren), en of hij, die eene vordering op het buitenland heeft, verstandiger doet remise te verzoeken of op den schuldenaar een wissel te trekken. Ook op de vraag, of het voordeeliger is zich van lang of van kort papier te bedienen (zie WISSEL). Men onderscheidt directe en indirecte arbitrage, naar gelang daarin slechts de koersen van twee of van meer plaatsen zijn betrokken. Ten einde de berekeningen te vergemakkelijken maakt men veelal gebruik van zgn. pariteitstafels, waarop de verschillende koersen, tot elkander herleid, voorkomen. Daarbij moet echter ook rekening worden gehouden met onkosten, op verschillende plaatsen L. rekening gebracht, alsmede met discontoverschil. — Arbitrage geschiedt ook zonder dat er een schuld is te vereffenen: men trekt een wissel om van den wisselkoers te profiteeren.

Zulks geschiedt voornamelijk door de banken, die reeds zeer geringe koersverschillen voldoende achten voor arbitrage. De winst is daardoor percentsgewijze veelal zeer gering, daar juist door de arbitrage alle afwijkingen spoedig worden tenietgedaan. De arbitrage heeft dus tot gevolg, dat de wisselkoersen een zekere standvastigheid krijgen. Worden echter toch de verschillen belangrijk, dan kan het voor den arbitrageur voordeeliger blijken het wisselverkeer te vervangen door verzending van goud. Hot punt, waar zulks voordeeliger wordt, noemt men het goudpunt. — Arbitrage heeft echter niet alleen in wissels en in edel metaal plaats; zij kan evengoed geschieden in effecten of goederen; men spreekt dan van effecten- of goederenarbitrage. Zie verder over arb.: C. Knapper Kzn: Leerboek van het Handelsrekenen. — Zie ook SCHEIDSGERECHT.