Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 17-01-2019

2019-01-17

Afstamming

betekenis & definitie

Afstamming - 1) van kinderen. Deze wordt onderscheiden in wettige en onwettige (natuurlijke), naar gelang de kinderen in of buiten huwelijk worden geboren. Bij opvolgend huwelijk kan een natuurlijk kind worden gewettigd (zie WETTIGING). Het aantal onwettige geboorten bedroeg in 1914 voor ons land 2.11% van het totaal, voor Amsterdam, Rotterdam en Den Haag resp. 4.10, 3.65 en 4.54%.

De afstamming van wettige kinderen wordt bewezen door de akte van geboorte, in de registers van den Burgerl. Stand ingeschreven. Bij gebreke van zoodanige akte is het ongestoord bezit van den staat van wettig kind voldoende (art. 316 B.W.).

Inroeping van staat op grond van beweerd moederschap is mogelijk (art. 343 B.W.), op grond van beweerd vaderschap echter niet dan in de gevallen van artt. 242-245, 249 of 281 Sr. (verkrachting, schaking, enz.) (art. 342 B.W.). Echter kan, sinds 15 Dec. 1909, de vader van een natuurlijk kind, dat niet door hem is erkend, worden verplicht, door eene uitkeering, in het onderhoud en de opvoeding van het kind te voorzien. Onderzoek naar het vaderschap is dus thans niet meer uitgesloten. Vader wordt vermoed te zijn degene, die met de moeder gemeenschap heeft gehad tusschen den 301en en den 179en dag voorafgaande aan dien, waarop het kind is geboren. De vordering tot voorziening in het onderhoud en de opvoeding wordt echter afgewezen, indien bewezen wordt, dat de moeder binnen den genoemden termijn met een of meer anderen gemeenschap heeft gehad, tenzij uit deze gemeenschap het kind onmogelijk kan zijn ontvangen; of in het algemeen, indien de rechter ingemoede overtuigd is, dat de aangesprokene niet is de vader van het kind (art. 344a B.W.). Hij, die ingevolge deze bepaling tot uitkeering is verplicht, is tevens gehouden aan de moeder van het kind te vergoeden de kosten van hare bevalling en van haar onderhoud gedurende de eerste 6 weken na hare bevalling (art. 344f B.W.).

2) van huisdieren. Als men een dier met bepaalde eigenschappen wil fokken, is het niet voldoende, dat de ouders deze eigenschappen bezitten, doch tevens, dat zij deze eigenschappen zeker op de nakomelingen overbrengen. Dit doen alleen de dieren, die zuiver homozygoot zijn, wat die eigenschappen betreft, die zoowel van vadersals moederszijde de factoren voor deze eigenschappen ontvangen hebben. Om dit zooveel mogelijk te kunnen nagaan, is het noodig te weten of bij ouders, grootouders, overgrootouders die eigenschappen voorkwamen en zooveel mogelijk te controleeren of deze voorouders ook jongen voortbrachten met afwijkende eigenschappen. De afstamming is op te maken uit de stamboeken, waaruit dan een afstammelingslijst, de pedigree wordt gemaakt. Zie PEDIGREE en STAMBOEK.