Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Gepubliceerd op 15-06-2020

weg

betekenis & definitie

m. (-en),

1. gebaande strook in het terrein ten behoeve van landverkeer, de verbinding van de ene plaats tot de andere (e): een aanleggen; een holle —, die veel lager is dan de grond aan weerskanten, ravijn; een bedekte —, waar men tegen het vuur van de vijand is beschut; (zegsw.) dat is zo oud als de naar Kralingen, de — naar Rome, zeer oud; hij is altijd bij de —, op straat; veel aan de timmeren, zorgen dat men bekend wordt, opvalt; alle wegen leiden naar Rome, men kan op velerlei wijze tot een doel komen;
2. de richting die men volgen moet om ergens te komen: hij volgde de gewone naar de — vragen, vragen in welke richting men gaan moet; (zegsw.) naar de bekende — vragen, vragen naar iets dat men zelf zeer goed weet; zich op begeven, op — gaan, uitgaan naar een bepaald punt; hij is op — naar Leiden, hij gaat in de richting van Leiden; zijns weegs gaan, verdergaan, zich begeven naar zijn doel of bestemming (ook oneig.); op de rechte, goede, verkeerde — zijn, in de goede, verkeerde richting gaan; iemand op — helpen, helpen, aanwijzingen geven om tot zijn doel te komen; op raken, op dreef; hij is op — beroemd te worden, hij wordt langzamerhand beroemd; dat ligt op uw —, u bent als aangewezen dit te doen; (iemand) in de — staan,

(hem) de doortocht verhinderen, belemmeren; hij staat mij daar niets in de —, voor mijn part blijft hij daar staan; iemand iets in de — leggen, hem dwarsbomen, hinderen; hij staat mij in de —, belet dat ik mijn doel kan bereiken; voor iemand uit de — gaan, terzijde treden om hem te laten voorbijgaan, (fig.) hem mijden; voor niets uit de — gaan, alles aanpakken; (fig.) zwarigheden uit de — ruimen, verwijderen; iemand uit de — ruimen, hem doden; uit de — kunnen, uit de voeten; hij zal zijn — wel vinden, hij zal wel in de wereld vooruitkomen; zijn (eigen) — gaan, naar eigen inzicht handelen; zich van slinkse wegen bedienen, slinkse wegen gaan; dat is de kortste, de zekerste —, de kortste, zekerste wijze om zijn doel te bereiken; (scheikunde) langs de droge —, door reacties in niet-opgeloste toestand, b.v. door droge verhitting; langs de natte —, door reactie in opgeloste toestand;

3. afstand tussen twee plaatsen: de kortste — tussen twee punten is de rechte lijn die ze verbindt; de — van de minste weerstand kiezen, de handelwijze die de minste problemen zal oproepen;
4. doortocht: zich een — banen door de bossen; (zegsw.) — met iets weten, weten wat ermee te doen;
5. (bij vergelijking) kanaal, buis enz. waardoor zich iets beweegt: de wegen van het bloed, de gal.

(e) Een weg dient in het algemeen voor het landverkeer met voertuigen. De wijze waarop en de omvang waartoe de strook gebaand is, worden bepaald door aard en aantal van de voertuigen. Het moderne wegverkeer stelt hoge eisen aan comfort en veiligheid van de weg. Wegen kunnen naar hun functie in verschillende categorieën worden ingedeeld:

1. primaire wegen, die hoofdverbindingen vormen voor het doorgaande verkeer tussen landsdelen en stedelijke gebieden;
2. secundaire wegen, die verbindingen vormen voor het doorgaande verkeer tussen steden en belangrijke plaatsen;
3. tertiaire wegen, die verbindingen vormen voor het interlokale verkeer tussen plaatsen;
4. kwartaire wegen, die verbindingen voor het interlokale verkeer tussen plaatsen van minder belang vormen;
5. wegen en straten voor lokaal verkeer binnen bebouwde kommen;
6. landbouwwegen die een uitsluitend agrarische functie hebben. Naar gebruik en inrichting kunnen wegen worden ingedeeld in:
1. dubbelbaansautosnelwegen voor motorvoertuigen;
2. enkelof dubbelbaansautowegen voor motorvoertuigen;
3. wegen voor gemengd verkeer met of zonder vrijliggende fietspaden. Tenslotte bestaat nog een indeling van de wegen volgens beheersinstanties m.n. rijkswegen, provinciale wegen, gemeentelijke wegen en waterschapswegen.

Het primaire wegennet is in Nederland in beheer bij het rijk en bestaat nagenoeg geheel uit autosnelwegen. Het secundaire wegennet is in het algemeen in beheer bij de provincies en bestaat uit enkele autosnelwegen en verder uit autowegen en wegen voor gemengd verkeer. Het tertiaire en quartaire wegennet wordt beheerd door gemeenten en waterschappen en bestaat uit wegen voor gemengd verkeer waarvan een groot gedeelte zonder voorzieningen voor het fietsverkeer. ➝ wegaansluiting, ➝ wegenbouw.

Voor België: ➝ wegenwetgeving.