Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Gepubliceerd op 15-06-2020

2020-06-15

wat

betekenis & definitie

I. vragend vn., meestal zelfst. gebruikt en naar zaken vragend: — is dat? — is er van uw dienst?; zowel in de rechtstreekse vraag: hij vroeg: — doet hij?, als in de indirecte: hij vraagt, — hij doet; — zegt u?; — zegt u me dáár nou?; uitdrukking dat men iemand niet goed verstaan heeft en hem uitnodigt het gezegde te herhalen; uitroep van verbazing, verontwaardiging of misnoegen; — jij? eig. voor: wat zeg jij (daarvan); oneig. in de zin van: is het niet zo, nietwaar: ik zou hier best willen wonen, — jij? voor een man is dat?, in betekenis enigszins verschillend van — voor man is dat? — voor weer is het?; ter versterking: — een ezel is dat! dat is (me) ook wat! uitroep bij een onaangename ervaring of ontdekking; ook: dat is me —! is dat effe —! dat is niet mis!

II. betrekkelijk vn.: doe — ik u zeg; dat is juist — ik hebben moet; het gebruik van wat is nodig na dat, datgene en alles; III. onbep. vn., iets: ik zeg —; ik heb u — te vertellen; een boterham met — erop, met beleg; dat is — anders; (pregn.) misschien wordt het wel — tussen hen, ontstaat er een liefdesbetrekking; IV.

1. onbep. hoofdtelw., enig, enige, een beetje: geef mij — suiker; hier zijn — kersen;
2. in verb. met een ww.: het heeft — geregend; ik heb — geslapen;
3. in de verb. heel —, veel; ook vrij —, betrekkelijk veel;
V. bw.,
1. een weinig: hij is — lui; het eten is — aangebrand;
2. in hoge mate: hij is — knap; wij zijn — gelukkig;
3. in uitroep, hoe: — is het vandaag koud!,
4. waarom: — plaag je toch altijd?;

VI. als tw. in verschillende opvattingen: — ! komt hij niet! och —! hij oppassen!