Wat is de betekenis van wat?

2019
2022-06-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

wat

wat - Onbepaald voornaamwoord 1. iets, een beetje. Ik heb toch wat gewonnen! 2. enigszins Je ziet er wat vermoeid uit. wat - Vragend voornaamwoord 1. om naar een of meer zaken te vragen. Wat ete...

Lees verder
2018
2022-06-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

wat

wat - bijwoord, voornaamwoord, tussenwerpsel 1. niet veel, niet zo erg ♢ hij is nog wat klein 1. ze hebben heel wat kinderen [nogal veel] 2. als je niet weet of wil zeggen wa...

Lees verder
2004
2022-06-25
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

wat

Meestal in de verbinding ‘ik weet niet wat’: een verouderd eufemisme voor de geslachtsdaad. Al opgetekend in de zeventiende eeuw in het werk van Cats.

1997
2022-06-25
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

wat

De verwensing je kunt me wat! betekent thans ‘bekijk het maar, zoek het maar uit’ en drukt minachting en onverschilligheid uit. Daarnaast kennen wij in het hedendaags Nederlands de vloek krijg nou wat!, die staat voor woede, verbazing, ongeloof e.d. In Den Haag komt als versterkte variant nog voor krijg het vuige nou wa...

Lees verder
1973
2022-06-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Wat

I. vragend vn., meestal zelfst. gebruikt en naar zaken vragend: wat is dat? wat is er van uw dienst?; zowel in de rechtstreekse vraag: hij vroeg: wat doet hij?, als in de indirecte: hij vraagt, wat hij doet; wat zegt u?; wat zegt u me dáár nou?; uitdrukking dat men iemand niet goed verstaan heeft en hem uitnodigt het gezegde te herhal...

Lees verder
1952
2022-06-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Wat

pron., hwat; — voor (een), hoe’n(ien), hoe’n(ent), hokfoar, hokker; — niet al, hwat al net; — blief?, hwat sei?, hwat(te)?

1950
2022-06-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Wat

I. vragend voornw., meestal zelfstandig gebruikt en naar zaken vragende: wat is dat? wat heb je daar? wat is er van uw dienst? ; zowel in de rechtstreekse vraag : hij vroeg: wat doet gijl, als in de indirecte: hij vraagt, wat gij doet; — watt, indirecte uitdrukking dat men iem. niet goed verstaan heeft en hem uitno...

Lees verder
1937
2022-06-25
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

wat

1 vrag. vnw.: zelfst. wat is er? zeg mij, wat gij wilt; fijn, wat? wel wat zou dat? Professor in de osteologie. In de wat? wat, is het waar? (bijv.) wat nieuws? hij keek naar het vlaggetje om te zien van wat natie het kon zijn. Gewoner is de verbinding met voor (een): wat voor (een) man is hij? wat voor paarden bedoel je? wat ben je toch voor (een)...

Lees verder
1933
2022-06-25
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Wât

(Vât). Door plaatsing van de ➝ phrasat in Cambodja in het centrum van een planmatigen aanleg, ontstond het groote tempel-complex, de Wât, met zijn door een gopoeram (ingangspoort) versierde galerijen: aanleg op een vlakte (Ta Prohm), op een trappenterras (Baphuon) of een combinatie van beide (Bayon, Angkor Wat). Ook het tempel-district...

Lees verder
1898
2022-06-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

WAT

WAT - vragend voornw., meestal zelfstandig gebruikt en naar zaken vragende : wat is er ?; wat hebt ge daar ?; wat is er van uw dienst ?; zoowel in de rechtstreeksche vraag ; hij vraagt: wat doet gij ? als in de niet rechtstreeksche vraag ; hij vraagt, wat gij doet; — wat ?, als uiting dat men iem. niet goed verstaan heeft en hem uitnoodigt zi...

Lees verder