Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Gepubliceerd op 29-09-2020

2020-09-29

ruim

betekenis & definitie

I. bn. enbw. (-er, -st),

1. zich ver uitstrekkend in alle richtingen, wijd: een ruime vlakte; de mime wereld; (van besloten ruimten) veel ruimte biedend, lang en breed, resp. zo dat er veel ruimte is: een — huis; een ruime weg, breed; wonen, in een ruim huis wonen; (oneig.) een ruime plaats in iets beslaan, er een belangrijk deel van uitmaken; (bw.) een stadswijk — aanleggen; — kunnen zitten, niet gedrongen;
2. niet door iets afgesloten of versperd, open, vrij: een — uitzicht; het ruime sop, de ruime zee, de volle, open zee; het hebben; zich kunnen bewegen, onbekrompen kunnen leven; ruimer ademhalen, van druk ontheven worden, van de schrik bekomen;
3. veel kunnende bevatten, of inhouden: een ruime ketel; (fig.) een — geweten hebben;
4. niet nauw: die schoenen zijn me niet — genoeg, zitten me niet gemakkelijk; die jas is te -, te wijd;
5. uitgebreid, verstrekkend, veelomvattend: in de ruimste zin, zo uitgebreid mogelijk opgevat; een ruime formulering, die verschillende interpretaties mogelijk maakt; van maat: op ruime schaal;
6. in meer dan genoegzame, in flinke hoeveelheid, rijkelijk, overvloedig, meer dan genoeg: een ruime gift; een — inkomen: de geldmarkt blijft -, er is veel geld beschikbaar; — bij kas zijn, veel geld hebben; die zaak geeft een — bestaan, voorziet meer dan genoeg in de levensbehoeften van de eigenaar; iemand

bedenken met; ergens — in zitten, er veel van hebben;

7. iets meer dan: flOO; iets later dan: het was 10 uur;
8. niet bekrompen, niet eng: een ruime opvatting van iets hebben; een ruime blik hebben; — van geweten zijn, niet angstvallig;
9. (zeilvaart) van de wind: achterlijker dan dwars invallend, gunstig;

II.zn. o. (-en), inwendige ruimte onder het (onderste) dek, binnenste gedeelte van een schip: in het bergt men de goederen; ook elk van de afdelingen van deze ruimte.