Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 24-06-2020

meer

betekenis & definitie

I. bw., 1. sterker, in hogere mate; bij verbale uitdrukkingen: — dan elk ander leed hij honger; hierbij wordt — gedacht aan hoeveelheid dan aan aantal; bij bn. en bw., m.n. wanneer een comp. op -er minder welluidend zou wezen: men moet Gode — gehoorzaam zijn dan de mensen (Hand.5,29); wanneer twee hoedanigheden, toestanden enz. met elkaar vergeleken worden en het ene meer op de voorgrond komt: deze kamer is — lang dan breed; hij werd — dood dan levend uit het water gehaald; — bepaald hierom; — of minder gunstige levensvoorwaarden, min of —, (ook) in zekere mate, enigszins; — en —; des te —; te — : het werk had niet zijn volle aandacht, te — omdat zijn gezondheid hard achteruit ging; (gew.) te—, bovendien; (gew.) te — dat, te meer omdat;

2. veeleer: hij was eigenlijk — verbitterd dan ontmoedigd;
3. verder boven wat reeds genoemd is: wie waren er nog — op het feest?; en zo —; verschillende sporten, zwemmen, roeien en zo —;
4. verder met betrekking tot de tijd: dat kan nu niet —, daarvoor is het ogenblik, de tijd voorbij; de verb. niet meer duidt aan dat iets verloren gegaan, verdwenen is: daar was geen leven — in; niet — zijn, gestorven zijn: hij is niet —;

II. zelfst., ter aanduiding van iets dat in hoeveelheid iets anders overtreft of van het verschil waarmee het ene het andere in hoeveelheid te boven gaat: de vrijheid is — dan het leven; een — en een minder; onder—; zonder—, eig. zonder iets daarbij te voegen, vervolgens ook: terstond daarop; wat — is, ter aanduiding dat iets nog hoger aangerekend moet worden: hij kent zes talen, en, wat — is, hij kan zich er vlot in uitdrukken; hij is weinig — dan een dilettant;

III. onbep. telw.; hierbij wordt eerder gedacht aan een hoeveelheid dan aan datgene waarvan het een hoeveelheid is: hij heeft — boeken dan ik; (abs.) hij wil steeds — hebben; hoe — men heeft, hoe — men hebben wil; (zegsw.) dat smaakt naar —, is heel lekker, bevalt uitstekend; gevolgd door een bep. met van: ze zei eerst dat ze geen zin had, en zo — van die dingen; in vergelijking met andere telwoorden verbonden: een woord van twee of — lettergrepen; — dan eens, herhaaldelijk; met een bep. die aanduidt hoeveel de ene hoeveelheid groter is dan de andere: hij kreeg 21 stemmen — dan ik.