Wat is de betekenis van Meer?

2020
2021-01-20
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Meer

Zie Odmar

2018
2021-01-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

meer

meer - bijwoord, zelfstandig naamwoord 1. naast dat wat al genoemd is ♢wie waren er nog meer? 1. wat wil je nog meer? [verder nog] 2. je hebt zonder meer gelijk ...

Lees verder
1998
2021-01-20
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Meer

1. mag het iets/een ietsje/een grammetje -/minder (zijn)?, cliché van o.a. slagers, schertsend ook op andere terreinen overgedragen. Mag het een grammetje minder? Door het verbod op drugs heeft de zelfdisciplinering van de gebruiker, die bij alcohol wél gangbaar is geworden, nooit kunnen groeien. (HP/De Tijd, 22/03/96) Mag het ietsje minder? Een o...

Lees verder
1985
2021-01-20
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

MEER

oude benaming voor Boxmeer, heerlijkheid aanvankelijk van de heren van Cuijk. In 1654 schreef pastoor A. Peelen nog: ,,Meere soo sv bij de gemeene luyden huydendaags nog veel genoemt wort. sijnde een souveram Land”; bestond uit Boxmeer, het Kerspel. Sint Anthonis en Half Sambeek. jan van Cuijk stond de heerlijkheid af of verkocht haar aan Jan...

Lees verder
1973
2021-01-20
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

meer

I. bw., 1. sterker, in hogere mate; bij verbale uitdrukkingen: — dan elk ander leed hij honger; hierbij wordt — gedacht aan hoeveelheid dan aan aantal; bij bn. en bw., m.n. wanneer een comp. op -er minder welluidend zou wezen: men moet Gode — gehoorzaam zijn dan de mensen (Hand.5,29); wanneer twee hoedanigheden, toestanden enz. me...

Lees verder
1964
2021-01-20
voornamen

Voornamenboek

Meer

m -> Odmar (Zuid-Ndl.).

1958
2021-01-20
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

MEER

a. (Fr. : mear, Oudfr. : mar). Niet te verwarren met Fr. : de mar, Hollands: het meer. Waterloop, o.a. Langemeer onder Suawoude, Oudemeer bij Lwd., Tsjum, Haskemeer (Jelsumer vaart). Verwant met Middelnederlands ‘mare’ : stilstaand water, M., poel, moeras (Alkmaar, Aalsmeer), met Gronings ‘moar’ (zie Haudmere). Niet: grenss...

Lees verder
1950
2021-01-20
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Meer

I. (meren), 1. o., (veroud. en dicht.) zee: de zonne zonk in ’t meer. 2. o. en v., binnenwater van enige omvang, inz. een met water gevuld bekken. 3. v., polder ontstaan door het droogleggen van een meer (2.); (gew. inz.) de Haarlemmermeer: hij werkt in de Meer. II. v. (meren), (gew.) merrie. III. I. bw., 1. sterker, in hoge...

Lees verder
1949
2021-01-20
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Meer

uitholling in de bodem, met water gevuld en door land omgeven; o.a. te verdelen in berg-M. en vlakte-M. Men onderscheidt: rivier-M. met toeen afvoer; bron-M., zonder zichtbare watervoeding; steppen-M., dat alleen toevoer heeft en waar het water door verdamping verdwijnt.

1916
2021-01-20
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Meer

Meer - (Jan van der), zie VERMEER VAN DELFT en VERMEER VAN HAARLEM.

1870
2021-01-20
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Meer

Een meer is eene natuurlijke waterkom, door land omgeven. Veelal wordt een meer gevoed door ééne of meer rivieren, welke er zich in uitstorten, terwijl het desgelijks zich door eene rivier van zijn overtollig water ontlast. Men heeft meren, die wegens hunne uitgebreidheid den naam van zeeën dragen, zooals de Caspische Zee, de grootste van alle (841...

Lees verder