Onze Taal

Genootschap Onze Taal | Woordpost

Gepubliceerd op 25-01-2021

astrant

betekenis & definitie

betekenis
brutaal, onbeschaamd

uitspraak
[as-trant]

citaat
"'Wordt mijn dochter daarginds niet te astrant?', weifelde mijn moeder."
Bron: Lang leve het heen-en-weer (Groot Dictee der Nederlandse Taal 2015) (Lieve Joris, grootdictee.ntr.nl, 19 december 2015)

woordfeit
Astrant is een woord dat vooral in België en Zuid-Nederland nog gebruikt wordt; in de standaardtaal is het verouderd. Het woord is een verbastering van de oudere vorm assurant 'zelfverzekerd'; de t is als overgangsklank tussen de s en de r ingevoegd.
Assurant is afgeleid van assurantie in de vroegere betekenis 'zelfvertrouwen', dat ontleend is aan het Oudfranse asseürance. Daaraan ligt het Latijnse assecurare 'beschermen' ten grondslag. In dat werkwoord zit het woord securus 'zeker, veilig', dat op zijn beurt weer is afgeleid van de Latijnse woordgroep se cura 'zonder zorg'.