Wat is de betekenis van ASTRANT?

2020
2021-10-16
Onze Taal

Genootschap Onze Taal | Woordpost

astrant

betekenis brutaal, onbeschaamd uitspraak [as-trant] citaat "'Wordt mijn dochter daarginds niet te astrant?', weifelde mijn moeder." Bron: Lang leve het heen-en-weer (Groot Dictee der Nederlandse Taal 2015) (Lieve Joris, grootdictee.ntr.nl, 19 december 2015) woordfeit Astrant is een woord dat vooral in België en Zuid-Nede...

Lees verder
2020
2021-10-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

astrant

(1681) (< Fr. assurant) brutaal; onbeschaamd; vrijpostig. Volgens Endt (Bargoens woordenboek) in gebruik bij de kleine burgerij. • Het lieve, het poezele, het aanvallige Vriezinnetje is noch lief, noch poezel, noch aanvallig; zij is ruw, hardhandig en astrant. (Klikspaan: De studenten en hun bijloop. 1844) • ‘Schei uut Paul! ge...

Lees verder
1994
2021-10-16
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Astrant

[v. Fr. assurant = brutaal zelfverzekerd, zie assureren] brutaal, vrijpostig.

1993
2021-10-16
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Astrant

brutaal; vrijpostig

1955
2021-10-16
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Astrant

zie: assurant

1950
2021-10-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Astrant

bn. bw. (-er, -st), (volkst.) vrijpostig, brutaal.

1919
2021-10-16
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Astrant

voor assurant (fr. assurant, eig. verzekerend, sterk betuigend). De dentaal tusschen s en r is ingevoegd voor de uitspraak, vgl. in spreektaal astrantoe — a(l)s er aan toe, kastrol (fr. casserole), mulder (muller, molenaar), volder (voller), bij visschers: trolder (trawler).

1898
2021-10-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ASTRANT

bn. en bw. (-er, -st), vrijpostig, brutaal. ASTRANTERIGHEID, v. vrijpostigheid.