zoeken betekenis & definitie

zoeken - onregelmatig werkwoord
uitspraak: zoe-ken

1. proberen het of hem te vinden
ik ben mijn armband kwijt, ik heb overal gezocht
1. overal iets achter zoeken
[achterdochtig zijn]
2. wat heb je hier te zoeken?
[wat doe je hier]
3. naar woorden zoeken
[even niet weten wat je moet zeggen]
4. dat had ik niet achter hem gezocht
[niet van hem verwacht]
2. proberen het te krijgen
♢ hij zoekt werk
1. hulp zoeken
[proberen hulp te krijgen]
2. ruzie zoeken
[proberen ruzie te maken]

Algemene uitdrukkingen:
1. dat is ver gezocht
[dat is wel heel onwaarschijnlijk]
Onregelmatig werkwoord: zoe-ken
ik zoek
jij/u zoekt
hij/zij zoekt
wij/zij/jullie zoeken
ik/jij/u/hij/zij zocht
wij/zij/jullie zochten
hij heeft gezocht
de/het/een gezochte ....
zoekend, zoekende

Tegenstellingen
terugvinden, vinden