Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

vos

betekenis & definitie

vos - zelfstandig naamwoord

1. roodbruin roofdier met dikke staart
er leven nog steeds vossen in de duinen
1. zo slim als een vos
[heel slim]
2. een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken
[wie ouder wordt, houdt hetzelfde karakter]
3. als de vos passie preekt, boer pas op je kippen
[vertrouw niet iemand met mooie praatjes]
4. men moet vossen met vossen vangen
[tegenover slimheid moet je slim te werk gaan]
5. een oude vos
[iemand met veel ervaring]
6. een sluwe vos
[een geslepen iemand]

Zelfstandig naamwoord: vos
de vos
de vossen
het vosje