vitaliteit betekenis & definitie

vitaliteit - zelfstandig naamwoord
uitspraak: vi-ta-li-teit

1. kracht en zin om iets te doen
♢ de vitaliteit van die oude man is opvallend

Zelfstandig naamwoord: vi-ta-li-teit
de vitaliteit

Synoniemen
energie, fut, levenskracht, werkkracht