Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

verkeerd

betekenis & definitie

verkeerd - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: ver-keerd

1. zoals het niet moet
je pakt het verkeerd aan
1. iets verkeerd begrijpen
[anders opvatten dan het bedoeld is]
2. je hebt de verkeerde voor
[je ziet me voor iemand anders aan]
3. aan het verkeerde adres zijn
[niet bij de goede persoon]
4. iemand op het verkeerde been zetten
[door een schijnbeweging iemand in de verkeerde richting laten denken]
5. het bij het verkeerde eind hebben
[ongelijk hebben]
6. in verkeerde handen vallen
[bij mensen terechtkomen die je kwaad doen]
7. dat is hem in het verkeerde keelgat geschoten
[daar is hij boos om]
8. koffie verkeerd
[met veel warme melk erin]
9. verkeerd verbonden zijn
[niet het juiste telefoonnummer gekozen hebben]
2. wat niet iemands goede kant laat zien
♢ zijn handen staan verkeerd voor dit werk
1. verkeerd om
[omgekeerd en daardoor verkeerd]
2. hij is van de verkeerde kant
[[discriminerend voor] hij is homoseksueel]

Bijvoeglijk naamwoord: ver-keerd
de/het verkeerde ...
iets verkeerds

Synoniemen
fout, foutief, mis, onjuist

Tegenstellingen
correct, goed, juist