Wat is de betekenis van verkeerd?

2020
2022-05-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

verkeerd

(1984) (euf.) homoseksueel. Zie ook: verkeerde kant; verkante keer. • Ik wilde zogenaamde bordeelsluipers, van die suède schoenen die volgens mijn broer alleen werden gedragen door mannen die ‘verkeerd’ waren. (Theodor Holman: Een lekker leven. 1986) • (Arendo Joustra: Homo-erotisch woordenboek. 1988) • (Hanneke...

Lees verder
2019
2022-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

verkeerd

verkeerd - Bijvoeglijk naamwoord 1. op onjuiste wijze Hij was de verkeerde straat ingereden. verkeerd - Werkwoord 1. voltooid deelwoord van verkeren Woordherkomst Naamwoord van handeling van verkeren. Uitdrukkingen en gezegden ♦ Aan het...

Lees verder
2018
2022-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

verkeerd

verkeerd - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ver-keerd 1. zoals het niet moet ♢ je pakt het verkeerd aan 1. iets verkeerd begrijpen [anders opvatten dan het bedoeld is] ...

Lees verder
1998
2022-05-16
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Verkeerd

1. iets -s gegeten hebben, lesbisch geaard zijn. Ironisch gebruikt. Slanguitdr. 2. van de-e kant/richting, eufemistische uitdr. voor ‘homoseksueel’. Soms schertsend van de verkante keer. Verkeerd wijst hier naar het tegennatuurlijke. Al aan het eind van de 19de eeuw werd dit woord gebruikt in de bet. ‘homoseksueel’. Men spreekt ook wel over de verk...

Lees verder
1982
2022-05-16
De Tale Kanaans

J. van Delden

verkeerd

slecht, verdorven.

1973
2022-05-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Verkeerd

bn. en bw. (-er, -st, meest -), 1. omgekeerd, averechts: zijn kousen verkeerd aantrekken, met de binnenkant buiten; (fig.) het bij het verkeerde eind hebben, een onjuiste mening toegedaan zijn; koffie verkeerd, weinig koffie met veel warme melk; de verkeerde wereld, waarin alles omgekeerd is, op zijn kop staat; zijn handen staan verkeerd, hij weet...

Lees verder
1952
2022-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Verkeerd

adj. & adv., forkeard, mis; (slecht), kwead, tsjoed; een zaakaanpakken, de hynders earsling foar de wein slaen; -e paden gaan, op forkearde wetters fiskje; — lopen, op ’e non, út ’e liken rinne, yn ’e gersdunen gean; het moetgaan, it kin gji...

Lees verder
1950
2022-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Verkeerd

bn. bw. (-er, -st, meest —), 1. niet in de juiste richting; niet de goede zijde tonend, resp. aan, met die kant, omgekeerd, averechts : zijn kousen verkeerd aantrekken, met de binnenkant buiten; je houdt het verkeerd; dat is het verkeerde eind; (fig.) het bij het verkeerde eind hebben, een onjuiste mening toegedaan...

Lees verder
1937
2022-05-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

verkeerd

1 bn. (1 omgekeerd, averechts; 2 fig. onjuist; vals): 1 het is de verkeerde weg; z. b e e n 2, 1; 2 allerlei verkeerde meningen; het is in dat gezin de verkeerde wereld, b.v. de kinderen zijn er baas; 2 bw. (onjuist, niet-goed): iem. verkeerd begrijpen, verstaan; iets verkeerd opnemen; iets verkeerd uitleggen; zijn handen staan hem verkeerd, hij i...

Lees verder
1898
2022-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VERKEERD

VERKEERD - bn. bw. (-er, -st), omgekeerd, averechtsch: zijne kousen verkeerd aantrekken, met den binnenkant buiten; — aan de keerzijde: die stof is verkeerd genomen; deze zijde heeft geen verkeerd, kan aan beide zijden gedragen worden ; — tegenovergesteld aan wat goed is, onjuist, valsch : den verkeerden kant opgaan; den verkeerden weg...

Lees verder
1898
2022-05-16
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Verkeerd

zie Averechts.