uitgifte betekenis & definitie

uitgifte - zelfstandig naamwoord
uitspraak: uit-gif-te

1. vertellen hoe het is
we wachten op de uitgifte van de prijzen
2. verspreiden, om omloop brengen
♢ bij de uitgifte van deze aandelen heeft hij zijn slag geslagen

Zelfstandig naamwoord: uit-gif-te
de uitgifte

Synoniemen
bekendmaken, berichten, gewagen, mededelen, meedelen, melden, rapporteren

Tegenstellingen
achterhouden, stilhouden, verzwijgen