Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

uitgeput

betekenis & definitie

uitgeput - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: uit-ge-put

1. aan het eind van je krachten, heel erg moe
hij is uitgeput van het harde werken
1. mijn ideeën zijn uitgeput
[ik heb geen ideeën meer]

Bijvoeglijk naamwoord: uit-ge-put
de/het uitgeputte ...

Synoniemen
afgepeigerd, bekaf, doodmoe, doodop, gaar, kapot, leeg, lens, uitgeteld