Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

regel

betekenis & definitie

regel - zelfstandig naamwoord
uitspraak: re-gel

1. lijn van woorden
♢ de eerste vijf regels zijn dikgedrukt
1. iemand een paar regels schrijven
[een kort briefje]
2. tussen de regels door lezen
[het ook snappen als het er niet letterlijk staat]
2. wat vastgesteld of afgesproken is
♢ de regel is dat je om tien uur thuis bent
1. dat is tegen de regels
[dat mag niet]
2. in de regel
[gewoonlijk]
3. je aan de regels houden
[doen wat afgesproken is]
3. waar mensen zich aan moeten houden
♢ hier geldt als regel dat je niet te laat komt

Zelfstandig naamwoord: re-gel
de regel
de regels
het regeltje

Synoniemen
bepaling, gebod, maatstaf, norm, richtsnoer, voorschrift