straf betekenis & definitie

straf - zelfstandig naamwoord

1. vervelende maatregel omdat je iets deed wat niet mocht
♢ het kind moest voor straf om zeven uur naar bed
1. een onvoorwaardelijke straf
[die meteen wordt uitgevoerd]
2. een voorwaardelijke straf
[die pas wordt uitgevoerd als je opnieuw in de fout gaat]

Zelfstandig naamwoord: straf
de straf
de straffen
het strafje

Tegenstellingen
beloning