Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

stoelgang

betekenis & definitie

stoelgang - zelfstandig naamwoord
uitspraak: stoel-gang

1. onverteerd voedsel dat via je anus naar buiten komt
ik heb een regelmatige stoelgang

Zelfstandig naamwoord: stoel-gang
de stoelgang

Synoniemen
drek, fecaliën, kak, ontlasting, poep, schijt, shit, stront, uitwerpsel