Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

sport

betekenis & definitie

sport - zelfstandig naamwoord

1. activiteit waarbij je je lichamelijk inspant
zij doet niets aan sport
1. denksporten
[schaken en dammen]
2. er een sport van maken
[een kwalijke bezigheid tot gewoonte maken]

Zelfstandig naamwoord: sport
de sport
de sporten