Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

Gepubliceerd op 14-11-2017

smaak

betekenis & definitie

smaak - zelfstandig naamwoord

1. wat je proeft als je eet of drinkt
er zit een vieze smaak aan dit water
1. naar smaak toevoegen
[zoveel als je lekker vindt]
2. daar krijg ik een vieze smaak van in mijn mond
[dat vind ik oneerlijk of naar]
3. de smaak te pakken krijgen
[iets leuk gaan vinden en het dan steeds vaker willen doen]
4. er zit kraak nog smaak aan
[het smaakt nergens naar]
2. gevoel voor wat mooi is
♢ zij ziet er altijd leuk uit, ze heeft een goede smaak
1. smaken verschillen
[niet iedereen vindt dezelfde dingen mooi]
2. over smaak valt niet te twisten
[het heeft geen zin om uit te leggen waarom je iets mooi vindt]
3. in de smaak vallen
[goed of mooi gevonden worden]

Algemene uitdrukkingen:
1. met smaak eten
[genietend]
2. de smaak te pakken krijgen
[er plezier in krijgen]
Zelfstandig naamwoord: smaak
de smaak
de smaken
het smaakje

< >