Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

shit

betekenis & definitie

shit - zelfstandig naamwoord

1. onverteerd voedsel dat via je anus naar buiten komt
verdorie, ik heb in de shit getrapt!
1. shit happens
[ellende gebeurt nu eenmaal]

Zelfstandig naamwoord: shit
de shit

Synoniemen
drek, fecaliën, kak, ontlasting, poep, schijt, stoelgang, stront, uitwerpsel