rits betekenis & definitie

rits - zelfstandig naamwoord

1. langwerpige sluiting van kleine metalen deeltjes die in elkaar grijpen
hij droeg een vest met een rits
2. aan elkaar gekoppelde rij
♢ ik heb al een hele rits kralen aan het snoer geregen

Zelfstandig naamwoord: rits
de rits
de ritsen
het ritsje

Synoniemen
ritssluiting