Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 31-10-2017

muziek

betekenis & definitie

muziek - zelfstandig naamwoord
uitspraak: mu-ziek

1. geheel van klanken door stemmen en/of instrumenten
♢ik hou van moderne muziek
1. een tekst op muziek zetten
[er klanken bij bedenken]
2. daar zit muziek in
[daar kun je iets goeds van verwachten]
3. dat klinkt mij als muziek in de oren
[daar heb ik veel zin in]

Zelfstandig naamwoord: mu-ziek
de muziek
het muziekje