Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 31-10-2017

monotoon

betekenis & definitie

monotoon - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: mo-no-toon

1. zonder afwisseling
♢mevrouw Van Wees heeft een monotone stem

Bijvoeglijk naamwoord: mo-no-toon
... is monotoner dan ...
het monotoonst
de/het monotone ...
iets monotoons

Synoniemen
eentonig, saai, duf, doods, dor