Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

lach

betekenis & definitie

lach - zelfstandig naamwoord

1. het geluid dat je maakt als je iets leuk vindt
♢ plotseling klonk haar heldere lach
1. er kon geen lachje af
[hij bleef ernstig]
2. in de lach schieten
[plotseling gaan lachen]
3. de slappe lach
[niet kunnen stoppen met lachen]
4. elke dag een nieuwe lach
[het is belangrijk om vaak te lachen]

Zelfstandig naamwoord: lach
de lach
het lachje

Tegenstellingen
traan