kit betekenis & definitie

kit - zelfstandig naamwoord

1. naar boven wat smaller toelopende bus met hengsel of handvat voor kolen
♢ naast de kachel stond een kit met kolen
2. wat je nodig hebt aan materiaal of gereedschap voor een bepaalde taak
♢ er is in de auto een handsfree kit ingebouwd
3. middel om naden mee af te dichten
♢ in de badkamer gebruikten we elastische kit voor de naden bij het bad

Zelfstandig naamwoord: kit
de kit
de kitten
het kitje

Gepubliceerd op 14-11-2017