huismerk - zelfstandig naamwoord
uitspraak: huis-merk
1. producten met het eigen merk van een supermarkt
♢ ik koop bij Albert Heijn altijd koffie van het huismerk
Zelfstandig naamwoord: huis-merk
het huismerk
de huismerken
het huismerkje
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.