Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

gemeenschap

betekenis & definitie

gemeenschap - zelfstandig naamwoord
uitspraak: ge-meen-schap

1. groep mensen die samenleeft en samenwerkt
♢ de buitenlanders vormen hier een hechte gemeenschap
1. dat wordt betaald door de gemeenschap
[door de overheid]

Algemene uitdrukkingen:
1. gemeenschap hebben
[met iemand neuken]
Zelfstandig naamwoord: ge-meen-schap
de gemeenschap
de gemeenschappen
het gemeenschapje