erbij betekenis & definitie

erbij - voornaamwoordelijk bijwoord
uitspraak: er-bij

1. bij dat wat je noemt of bedoelt
♢ het boek ligt op de kast; kun je erbij?
1. hoe kóm je erbij
[het is niet waar]
2. hij zit er goed bij
[hij heeft geld]
3. je bent erbij
[je bent gepakt]
4. ik kan er niet bij
[ik kan het niet snappen]
5. zoals je erbij loopt!
[je ziet er niet uit!]
6. het er niet bij laten
[er niet in berusten]

Voornaamwoordelijk bijwoord: er-bij