Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

bord

betekenis & definitie

bord - zelfstandig naamwoord

1. stuk servies waar je van eet
ik kreeg aardappels op mijn bord
1. dat komt op mijn bordje terecht
[daar ben ik verantwoordelijk voor]
2. houten of kartonnen blad met vakjes
♢ zet het schaakbord maar vast klaar!
3. zwart geverfde houten plaat waar met krijt op geschreven wordt
♢ de juf schreef het moeilijke woord op het bord
1. voor het bord moeten komen
[voor de klas]
4. plaat met een tekst of een teken
♢ op het bord stond: verboden in te rijden
1. schoolbord
[zwart bord waar je met krijt op schrijft]
2. hij heeft een bord voor zijn kop
[heeft niet door hoe anderen over hem denken]
3. de bordjes zijn verhangen
[alles is veranderd]

Zelfstandig naamwoord: bord
het bord
de borden
het bordje