Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

biken

betekenis & definitie

biken - regelmatig werkwoord
uitspraak: bai-ken

1. rijden op een fiets
we gaan heerlijk biken in de vakantie

Regelmatig werkwoord: bai-ken
ik bike
jij/u biket
hij/zij biket
wij/zij/jullie biken
ik/jij/u/hij/zij bikete
wij/zij/jullie biketen
hij heeft gebiket
bikend, bikende

Synoniemen
fietsen, peddelen