begrazen - regelmatig werkwoord
uitspraak: be-gra-zen
1. er vee op laten om gras te eten
♢ de schapen begrazen het eiland en houden het gras kort
Regelmatig werkwoord: be-gra-zen
ik begraas
jij/u begraast
hij/zij begraast
wij/zij/jullie begrazen
ik/jij/u/hij/zij begraasde
wij/zij/jullie begraasden
hij heeft begraasd
de/het/een begraasde ....
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.